Architectuur : als vrouw in een mannenwereld

Van de ruim 14.780 architecten die de Belgische Orde van Architecten telt, is slechts zo’n 34% van het vrouwelijke geslacht. Naar aanleiding van Internationale Vrouwendag, zetten we één van hen graag in de kijker. Maak kennis met de inspirerende Martine Labeye, burgerlijk ingenieur-architecte, die ons met passie over haar beroep en haar parcours vertelt.

Welk parcours legde je af?

“In 1983 studeerde ik aan de Université de Liège af als burgerlijk ingenieur-architecte. Ik volgde daarna een bedrijfsstage rond het thema herbestemming en ontwierp een eerste woning voor vrienden. Na nog een andere stage ging ik in dienst bij een architecte met wie ik samenwerkte tot de geboorte van mijn derde kind. Toen wou ik de vleugels uitslaan. Ik werkte anderhalf jaar in de sleutel-op-de-deursector en besloot voor eigen rekening te gaan werken. Intussen ben ik al een twintigtal jaar gespecialiseerd in - zoals dat heet - geonemische ontwerpen in hout en betonblokken. Nu ontwerp ik vaak appartementencomplexen voor privé-investeerders. Nog een andere specialiteit van me is zorgcentra voor bewoners met een verstandelijke beperking.”

Waarom koos je voor architectuur?

“Omdat ik een cartesiaanse, mathematische geest heb. Van kindsbeen af al speelde ik liever met legoblokjes dan met poppen. Ik herinner me dat ik rond mijn tien jaar een ‘woonauto’ uittekende. Eigenlijk bedacht ik een monovolume avant la lettre (lacht).”


Heeft het feit dat je een vrouw was je loopbaan afgeremd?

“Ja, het was niet makkelijk. Als vrouw moet je extra voor jezelf opkomen. Op werven fluiten ze je na en het duurt vele jaren voor je erkenning krijgt. Ik denk dat het bij mij 25 jaar duurde voor het vak me als volwaardig beschouwde.”

"Ik denk dat het bij mij 25 jaar duurde voor het vak me als volwaardig beschouwde."

Hoe verklaar je dat mannen in deze sector in de meerderheid zijn?

“Veel vrouwen studeren voor ingenieur-architect, maar gaan niet aan de slag op het terrein omdat dat een hoge investering vereist. Je vindt ze meer in openbare diensten, zoals in de ruimtelijke ordening. Het werk op het terrein kan vrouwen afschrikken, je hebt doortastendheid nodig. En een grote beschikbaarheid ook en dat is soms moeilijk te verenigen met het gezinsleven.”


Wat zijn je inspiratiebronnen?

“Ik kreeg als architecte een schitterende vorming mee. Mijn prof was bevlogen door Japan en was goed thuis in traditionele én hedendaagse architectuur. Urenlang liet hij ons dia’s zien om ons een gevoel voor esthetiek bij te brengen. Ikzelf heb geen vaste stijl, ik luister naar wat de klant vraagt en pas me aan. Daarom maak ik ook de eerste afspraak bij de klant zelf, zodat ik met eigen ogen kan zien hoe hij woont. Door zijn stijl te observeren, kan ik beter zijn verlangens beantwoorden. Sommige wensen worden niet expliciet geformuleerd, maar voel je dan wel aan.”


Op welke van je creaties ben je het fierst?

“Ik maak graag tijdloze ontwerpen die geen afspiegeling zijn van een tijdperk. Ik ben behoorlijk fier op mijn realisaties in betonblokken, een vrij kostelijk en duurzaam materiaal waarmee je mooie gebouwen kan verwezenlijken. Verder ben ik ook fier op mijn geonemische creaties. Het is wel vaak een strijd tegen de stedenbouwkundige reglementen van gemeentes. Als je van de regels afwijkt, moet je je project kunnen verdedigen en met goede argumenten uitpakken. Ik herinner me zo één project in het bijzonder … Toen het eindelijk gebouwd was, liet de gemeente ons weten dat ze het bouwwerk in hun erfgoed wilden opnemen (lacht). Op dit moment werk ik aan een project dat me nauw aan het hart ligt: de bouw van 50 sociale woningen.”

“Ik maak graag tijdloze ontwerpen die geen afspiegeling zijn van een tijdperk.”

Wat vind je het leukst aan je beroep?

“Voor een architect is elke dag anders, de taken zijn heel gevarieerd. Dat gaat van administratie tot het creatieve luik. Toen ik voor mijn eerste stage op kantoor zat, wist ik dat het bureauwerk niets voor mij was. Creatie, daar kick ik echt op. (lacht) Mogen creëren, dat is een luxe. Soms kribbel ik in het midden van de nacht een idee op een stuk papier, om het zeker niet te vergeten.”

“Mogen creëren, dat is een luxe.”


Welke trends mogen we verwachten in de architectuur?

“Duurzame, recycleerbare materialen en een steeds compactere bouwschil voor maximale energieprestaties. Ik denk dat biomimetica de toekomst is: ons laten inspireren door de natuur voor woningen die zich echt inpassen in de natuurlijke omgeving, met respect voor het milieu. Er bestaan een heleboel oplossingen om onze ecologische voetafdruk

te beperken. Met dakvensters zorgen we bijvoorbeeld voor meer licht in huis, en dan nog wel natuurlijk licht, essentieel in een bouwwerk. Zeker in ons land waar de zon te weinig schijnt. Daarom zorg ik graag dat er optimaal licht binnenvalt.”

“Natuurlijk licht is essentieel in een bouwwerk.”


Waar moet je volgens jou aan denken bij een renovatie?

“Wil je een hedendaagsere woning, dan dien je de openingen te vergroten en meer daglicht binnen te laten. Dankzij de huidige kwaliteit van beglazingen is er veel meer mogelijk. Mensen willen niet meer in hokjes wonen en dus openen we de ruimtes. De keuken is daarbij het middelpunt van de activiteit, het uitgangspunt.“